terug naar Gedichten

Land-Art in de polder

I

Het water verdwenen
het vlakke land
doorsneden met
wegen en vaarten
meer en meer
wordt ’t horizontale
lijnenspel doorbroken
door boerderijen
huizen molens
masten en natuur
herinneringen aan
zee en lucht
vervagen gaan op
in de oude bodem
na ruim 35 jaar
reiken de bomen
daarentegen
tot in de hemel
een kathedraal
fluistert ritselt
lonkt naar de eeuwigheid
populieren groeien snel
’t einde nadert echter
rijst de vraag
wat te doen
hoe maakbaar is
de natuur ‘t polderland
art for ever of toch
ashes to ashes
dust to dust?

II

De weidse polder
gevangen in sloten
dijken boom en blad
aarde water
lucht geen vuur
wel bevers zomaar
echter ’t bijt elkaar
boom en bever
manshoog gaas moet
uitkomst bieden
wat is natuur
nog in dit land
zucht de dichter
toen en nu
rechtlijnig neder-
land aangenaam
mooi maar soms
verlang ik naar
een niet geplande
dijkdoorbraak.

III

De blik op oneindig
of juist gefocust
op ’n stapsteen
al waar de stem
ruimte krijgt
wat zie hoor ik
geen trein wegverkeer
dat is ondergronds
gegaan dit was er
eerder Stonehenge
in de polder
4 meter onder NAP
land water lucht
gescheiden maar
soms is de lijn
nauwelijks zichtbaar
zee wordt land
gaat op in lucht
valt weer neer
een cyclus van
komen en gaan
schuiven tussen
hemel en aarde
leven en dood
droom en werkelijkheid
op zoek naar
waar ’t ooit begon
tsjechina.

 

 

Ingezonden voor de Turing Gedichten Wedstrijd 2015.